paper: De PNR-casus
februari 13, 2008
Vorig jaar is er een onderzoek gedaan naar de toereikendheid van de Nederlandse wetgeving omtrent digitale persoonsgegevens. Hierin wordt gesteld (Bisseling, 2007) dat we op dit moment in een overgangsfase zitten van conventionele, analoge identificatie naar digitale virtuele identificatie. Daarbij speelt het wederzijdse vertrouwen tussen de overheid en de burger een centrale rol. Dit vertrouwen wordt problematisch als de identiteit niet met zekerheid kan worden vastgesteld. De technieken kunnen immers nog steeds niet aantonen dat ‘jij wel diegene bent die je beweert te zijn’. Het ontbreken van deze zuivere identificatie kan veel gevolgen hebben voor het vrij bewegen in de virtuele en fysieke ruimtes.
paper: De Sexton-casus
februari 13, 2008
Persoonlijke noot: de combinatie van mijn studie en het werk van mijn moeder hebben mij geïnspireerd om een onderzoek te richten op gehandicapten binnen de context van nieuwe media. Mijn moeder werkt voor Sensis, een organisatie die zich inzet voor mensen met een visuele handicap. Dit document is een oriënterende aanzet voor een masterthesis. Het onderwerp dat in dit artikel wordt behandeld, vormt een solide basis voor de masterthesis en zal een hoofdstuk voortbrengen over mensen met een handicap binnen een digitale wereld. De term handicap wordt in dit artikel vervangen door het Engelse woord: ‘disability’, omdat deze term gebruikelijk is binnen de context van de ‘disability studies’.
DPG en Nederlandse wetgeving.
september 3, 2007
Op dit moment zitten we in een overgang van conventionele, analoge identificatie naar digitale virtuele identificatie. Daarbij speelt het wederzijdse vertrouwen tussen de overheid en de burger een centrale rol. Dit vertrouwen wordt problematisch als de identiteit niet met zekerheid kan worden vastgesteld. De technieken kunnen immers nog steeds niet aantonen dat ‘jij wel diegene bent die je beweert te zijn’. Het ontbreken van deze zuivere identificatie kan veel gevolgen hebben voor het vrij bewegen in de virtuele en fysieke ruimtes. De persoonsgegevens die aan verschillende instanties of organisaties worden verstrekt, worden in databanken opgeslagen. Daarmee zijn ze gemakkelijk te verwerken en voor verschillende instanties of personen beschikbaar te stellen.